Veiligheid

 

Om op een veilige manier van de watersport te kunnen genieten is het van het grootste belang om te weten wat je zoal wel en niet kan doen.

We verdelen de veiligheid in een aantal hoofdstukken.

Gedrag aan boord van wachtschepen

 1) Zorg dat de roerganger het schip goed kan overzien. Ga dus niet voor zijn neus staan, maar ga ergens zitten.

    Ga echter niet op de mast zitten, dan ziet de roerganger namelijk ook niets meer.

    Als je ergens gaat zitten moet je altijd even nadenken. Er zijn plaatsen waar het beslist niet handig is om te gaan zitten.

     Op het achterschip staat de top van de roerkoning. De roerganger kan hieraan zien hoe het roer staat. Je begrijpt wel dat het niet slim is om             daarvoor te gaan zitten.

     Ook het zodanig gaan zitten dat je met de benen de trap van het hoofdruim blokkeert is niet handig en als je gewoon op dek zit moet je                   er rekening mee houden dat er altijd een goede doorgang moet blijven zodat de dekdienst er goed en snel langs kan.

 Tot slot is het verboden om OP de reling te gaan zitten. Ga op het dek zitten en gebruik de reling eventueel als rugsteun, dan zit je stevig en kan je niet overboord vallen.

2) Als een wachtschip gaat aanleggen aan een kade, in een sluis of langs een ander schip, dan houden we om schade te voorkomen altijd

     een bandje of een wrijfhout (bij sluizen) tussen ons schip en de kant of het andere schip.

 Als zo een bandje of houtje klem komt te zitten terwijl ons schip nog doorvaart, raak dan niet in paniek en probeer niet om door hard te trekken het bandje of houtje tussen het schip vandaan te krijgen.

Wat je wel moet doen is heel eenvoudig. Je loopt gewoon mee naar achteren. Op een bepaald punt wordt ons schip smaller en gaat het bandje of het houtje vanzelf los.

 Wat je in ieder geval nooit mag doen is het touw van het bandje of houtje om je hand heen slaan. Mocht het eens fout gaan dan krijg je dat touw niet meer los en kan er een ongeluk gebeuren. Je moet het touw dus gewoon in je hand houden.

 bandje

Gedrag aan boord van andere schepen

 Aan boord van andere schepen gelden dikwijls andere regels. Vaste regels aan boord van andere schepen zijn in ieder geval:

1) Als je via een ander schip naar de wal moet dan loop je via de gangboorden naar het voorschip van dat andere schip. Daar steek je over en gaat weer via de gangboorden naar de loopplank of naar een plaats waar je de wal op kunt.

2) Je mag NOOIT over de luiken van een ander schip lopen. De Odysseus is wat dat betreft een uitzondering.

3) Blijf zo kort mogelijk aan boord van dat andere schip.

4) Loop rustig en houd je stil. Bezorg de mensen aan boord van het andere schip geen overlast.

Gedrag aan boord van de Telemachos

 De enige veilige plaats aan boord van de Telemachos is in de kuip. In principe mag de Tele niet varen als er mensen buiten de kuip zijn. Moet je tijdens de vaart naar het voordek om een tros los te gooien of vast te zetten, zorg er dan voor dat je het uitzicht van de roerganger niet belemmert en zorg ervoor dat je zo snel mogelijk terug in de kuip bent.

 Het dak van de Tele is altijd verboden terrein. Ook het zitten op het achterdekje is niet toegestaan.

IN de kuip ben je veilig, daar moet je dus zijn!!

Gedrag aan boord van vletten

 
Ook aan boord van de zeilvletten zijn er bepaalde veiligheidsregels.

 Een van de belangrijkste is dat je NOOIT enig lichaamsdeel buitenboord mag houden. Doe je dat toch dan loop je het risico dat lichaamsdeel kwijt te raken. Als er een ander schip langs jouw vlet schampt en jouw hand zit er tussen dan ziet die er niet zo best meer uit.

 Een andere regel is dat je aan boord van een vlet altijd gymschoenen moet dragen. Kaplaarzen, schoenen met harde leren zolen en blote voeten zijn verboden.

 Geen kaplaarzen, omdat je daar bijna niet mee kan zwemmen als er iets fout gaat.

Geen leren zolen omdat zij de verf van de boot beschadigen en omdat ze op een nat dek erg glad zijn.

Geen blote voeten, omdat er in een vlet veel uitsteeksels zijn die bovendien soms nog scherp zijn. Los daarvan zijn blote voeten op een nat dek ook spiegelglad.

 Tijdens het zeilen blijft iedereen zoveel mogelijk zitten. Als je staat terwijl de boot een wending of een gijp maakt zal de houten paal onder aan het zeil (de giek) van de ene kant naar de andere kant zwaaien. Dat betekent dat je hoofd dan in de weg is en dat je minimaal hoofdpijn hebt.

Blijf dus zitten!!

 

In principe zal er nooit een boot uitvaren zonder dat er reddingsvesten aan boord zijn. Zodra de bootsman of de BMC-er het niet vertrouwen zullen zij de bak opdracht geven de reddingsvesten aan te doen. Vanzelfsprekend gehoorzaamt iedereen dan onmiddellijk. Het staat je echter vrij om een reddingsvest aan te doen als jij dat prettig vindt. Niemand  lacht daarom, in tegendeel het is best lekker warm.

Terug naar het installatie eisen menu

Terug naar het klassewerk menu

Terug naar de Homepage